Welke medicijnkennis heeft een Verzorgende IG nodig?

01 november 2025
Deel op:

Een Verzorgende IG heeft basiskennis nodig van medicijngroepen, werkingsmechanismen en bijwerkingen van veelgebruikte medicijnen. Je moet weten welke medicijnen je wel en niet mag toedienen, hoe je ze veilig bewaart en toedient, en hoe je reageert bij fouten of bijwerkingen. Deze medicijnkennis is wettelijk verplicht en vormt de basis voor veilige zorgverlening in je dagelijkse werk.

Wat voor medicijnkennis moet een verzorgende IG eigenlijk hebben?

Als verzorgende IG heb je basiskennis van medicijngroepen nodig, zoals pijnstillers, bloeddrukverlagende middelen, diabetesmedicatie en psychofarmaca. Je moet begrijpen hoe deze medicijnen werken, welke bijwerkingen mogelijk zijn en wanneer je extra voorzichtig moet zijn. Deze kennis is wettelijk verplicht volgens je BIG-registratie.

In de praktijk verwacht je werkgever dat je de meest voorkomende medicijnen herkent en hun belangrijkste eigenschappen kent. Denk aan paracetamol, metformine, simvastatine of omeprazol. Je hoeft geen farmacologie-expert te zijn, maar je moet wel weten wanneer iets niet klopt.

Daarnaast leer je tijdens je werk steeds meer over specifieke medicijnen die vaak voorkomen in jouw werkgebied. In een verpleeghuis zie je andere medicijnen dan in de thuiszorg. Je bouwt deze kennis geleidelijk op door ervaring en bijscholing.

Je moet ook begrijpen wat contra-indicaties zijn. Bijvoorbeeld: iemand met een allergie voor penicilline mag geen antibiotica uit die groep krijgen. Of: bepaalde pijnstillers zijn gevaarlijk bij nierproblemen. Deze kennis beschermt je cliënten tegen gevaarlijke situaties.

Welke medicijnen mag een verzorgende IG wel en niet toedienen?

Een Verzorgende IG mag voorgeschreven medicatie toedienen die door een arts is voorgeschreven, zoals tabletten, druppels, zetpillen en sommige injecties. Ook vrij verkrijgbare middelen zoals paracetamol of hoestdrank mag je geven als dit in het zorgplan staat. Je mag echter geen medicijnen voorschrijven of dosering aanpassen.

Je mag wel intramusculaire injecties geven (zoals griepvaccins) als je hiervoor getraind bent. Subcutane injecties zoals insuline horen ook bij je bevoegdheden. Infusen aansluiten of medicijnen intraveneus toedienen mag je niet – dat is voorbehouden aan verpleegkundigen.

Wat absoluut niet toegestaan is: medicijnen voorschrijven, doseringen wijzigen zonder overleg, of medicijnen geven die niet door een arts zijn voorgeschreven. Ook mag je geen medicijnen delen tussen cliënten, ook al lijken de klachten hetzelfde.

Bij twijfel overleg je altijd met de verpleegkundige, huisarts of apotheker. Het is beter om een keer te veel te vragen dan een fout te maken. Je eigen grenzen kennen en respecteren is onderdeel van professionele zorgverlening.

Hoe zorg je voor veilige medicijnbewaring en -toediening als verzorgende IG?

Veilige medicijnbewaring begint met correcte opslag: medicijnen op kamertemperatuur in een afgesloten kast, koelkastmedicijnen tussen 2-8 graden, en lichtgevoelige medicijnen donker bewaren. Controleer wekelijks vervaldatums en ruim verlopen medicijnen veilig op via de apotheek of apotheekhoudende huisarts.

Bij toediening volg je altijd de vijf juistheden: juiste persoon, juist medicijn, juiste dosering, juiste tijd en juiste toedieningswijze. Was je handen voor en na het toedienen. Controleer de naam op het medicijn met de naam van de cliënt en de dosering op het etiket.

Documenteer elke medicijnverstrekking direct na toediening. Noteer datum, tijd, medicijn, dosering en eventuele bijzonderheden. Als een cliënt weigert of het medicijn uitspuugt, documenteer je dit ook. Deze administratie is wettelijk verplicht en beschermt zowel jou als de cliënt.

Let op interacties tussen medicijnen en met voeding. Sommige medicijnen moet je voor het eten geven, andere erna. Grapefruits kunnen bijvoorbeeld de werking van bepaalde medicijnen beïnvloeden. Deze informatie vind je op het etiket of in het zorgdossier.

Wat doe je bij medicijnfouten of bijwerkingen als verzorgende IG?

Bij een medicijnfout meld je dit direct aan je leidinggevende en de behandelend arts. Stop niet met melden uit schaamte – fouten kunnen iedereen overkomen en snelle actie kan erger voorkomen. Documenteer precies wat er gebeurd is: welk medicijn, welke dosering, hoe laat en wat je hebt ondernomen.

Herken bijwerkingen door goed te observeren: nieuwe klachten na medicijnstart, veranderingen in gedrag, huiduitslag, misselijkheid of duizeligheid. Vraag de cliënt actief hoe hij of zij zich voelt. Oudere mensen uiten bijwerkingen soms anders dan je verwacht.

Bij ernstige bijwerkingen zoals ademhalingsproblemen, bewusteloosheid of allergische reacties bel je direct 112. Bij minder urgente bijwerkingen neem je contact op met de huisarts of dienstdoende arts. Noteer alles wat je opvalt en wanneer de klachten begonnen.

Escaleer altijd bij twijfel. Bel de apotheker als je vragen hebt over medicijninteracties of bijwerkingen. Zij hebben gespecialiseerde kennis en kunnen je direct adviseren. Je werkgever heeft meestal duidelijke protocollen voor deze situaties – zorg dat je deze kent.

Werken in de zorg betekent voldoening, zingeving en een waardevolle bijdrage leveren aan een maatschappij waarin iedereen zich gezien, gehoord en geholpen voelt. Bij Aethon begrijpen we dat medicijnveiligheid een belangrijk onderdeel is van kwalitatieve zorg. Blijf je ontwikkelen met de opleidingen van SVOZ en werk flexibel in de zorg via Aelio, het flexwerkplatform van Aethon. Zo bouw je aan een betekenisvolle carrière waarin je elke dag het verschil maakt.

Deel:
Deel op: